Ons verblijf in Zuid Oost Luzon bestond voornamelijk uit: reizen. Van Puerto Galera naar Legaspi. We hebben de afgelopen dagen zo ongeveer alle vormen van transport die hier beschikbaar zijn gebruikt. Het enige wat we nog niet hebben gebruikt is het vliegtuig. Maar dat komt straks wel, als we terugvliegen naar Manila. Deze vlucht is inmiddels geboekt en kost slechts zo’n 20 euro p.p. voor een uurtje vliegen. Veel reizigers reizen dan ook tussen de eilanden per vliegtuig, want voor die prijs kun je het niet laten!

Rianne in de Local Bus
Maar toch wilden wij graag over land reizen, want dan zie je tenminste echt iets van het gebied. We begonnen het eerste stukje met de boot naar Batangas; anderhalf uur varen in een houten bootje voor 4 euro p.p. Vanaf daar met een touringcar naar Turbina; goed te doen voor dik een euro; 3 kwartier rijden. Maar vanaf daar konden we alleen met de local bus richting Naga, de stad waar we onze tussenstop wilde maken. Voor een kleine 6 euro stapten we in een typische aziatische local bus: te klein, te vies, te warm. In deze bus konden er namelijk 5 stoeltjes naast elkaar, zonder dat dat ten koste gaat van het gangpad, maar wel ten koste gaat van de bilruimte. Daarnaast is er geen airco of uberhaupt iets van lucht, behalve de open ramen. Deze worden al snel door de locals dicht gedaan omdat ze het koud krijgen, terwijl wij dan nog het zweet op onze rug hebben staan. Een duidelijk verschil van interne thermostaat.
Ook is het heel gewoon om te roken in de bus, sinaasappels en eieren te eten en de schillen gewoon op de grond te gooien. Met 9 uur was dit weer een erg lange reis (qua tijd, niet qua afstand; “slechts” 400 km), maar zeer de moeite waard: het landschap is echt prachtig! Schitterende landschappen, prachtige kustlijnen met eilanden en bergen. Het is heel puur, wat logisch is, omdat elk jaar hier de tyfonen en mansonen zich op dit stukje land uitleven. Daardoor is veel permanente bebouwing hier niet echt een goede keus. Dat geldt trouwens ook voor de wegen die keer op keer verwoest worden, dus de vering wordt goed getest op dit traject (net als ons spek op de billen).
Moe maar voldaan bereikten we Naga: een studentenstad waar niet heel veel bijzonders te beleven is, dus hebben we weer lekker een bioscoopje gepakt (Alice in Wonderland in 3D). Het vervoer in de stad deden we, naast het lopen, met de tricycle: een brommer met zijspan. Nee niet motor, brommer. Het kost je 70 cent om van A naar B in de stad te komen, wat een prima prijs is voor een ritje wat wederom gemaakt is voor 1,5 kont (zelfs na het verlies van al die kilo’s). Op zich best opvallend, want de Filipijnen zijn zelf behoorlijk stevig voor Aziatische begrippen. Dat zal waarschijnlijk komen door alle fastfood-restaurants die hier zijn (toch die Amerikaanse invloed, he); echt niet normaal. Er is geen gewoon restaurant te vinden, maar in elke straat zijn er minstens 4 fastfoodketens vertegenwoordigd! Aangezien onze magen niet bestand zijn tegen zoveel fastfood, waren we blij dat er ook ketens waren die salades serveren…

Jeepney? Jeep wel!
Van Naga zijn we met een minibusje naar Legaspi gereden: Voor 2,5 euro wordt je, behoorlijk comfortabel, in 2 uur 100 kilometer verderop gebracht. Legaspi is niet echt (echt niet) een mooie stad, maar het ligt wel aan de voet van de Mayon vulkaan. Deze vulkaan is erg indrukwekkend om te zien, vooral door zijn (volgens de Filipijnen) perfecte kegelvorm, rijzend vanuit een valk stuk land.
Wij zijn naar een plekje gereden om het perfecte uitzicht op de berg te hebben. Dit hebben we gedaan met een Jeepney. Een Jeepney is eigenlijk een soort stadsbus (gewone zijn er dus niet). Aan de voorzijde is het een Jeep, aan de achterkant een pick-up truck met bankjes en een dakje. De passagiers springen op en af de wagen. Er rijden er zoveel van rond dat ze echt in caravaan achter elkaar aanrijden. Je hoeft dus nooit langer dan 10 seconden te wachten! En de kosten: echt waar, anderhalve cent, en dan maakt het niet uit of je honderd meter meerijdt of de hele stad door! Het enige nadeel is dat deze Jeepney’s de ozonlaag in één dag van de aardbol wegvagen… Roetfilters kennen ze hier nog niet!
Aangekomen bij het uitkijkpunt hebben we rustig 2 uur naar de vulkaan zitten kijken, hoe hij opdoemde vanuit de wolken en weer verdween achter deze wattenbergen. Echt prachtig!



Legaspi was echter niet het “einddoel” van onze reis door Zuid Oost Luzon: Dat was Donsol. Hier stonden een paar bijzondere ervaringen op ons te wachten!